Aan het bit, een misleidende en verkeerd gebruikte uitdrukking

Originele vertaling  www.bitloos.nl
door Prof. Dr. Robert Cook

De uitdrukking “aan het bit” wordt door vele dressuurruiters, die volgens de FEI-reglementen wedstrijden rijden, verkeerd geïnterpreteerd. Met als resultaat dat ze het bit gebruiken om volgens hun idee een bepaalde houding van het paard te bewerkstelligen. Ze beseffen niet datdeze houding niets te maken heeft met verzameling. Vele FEI juryleden, maar ook de FEI zelf en de dressuurcommissies van de nationale federaties, interpreteren deze uitdrukking onjuist.

Ze gaan ervan uit dat het bit materieel aanwezig moet zijn in plaats van naar de positie van het hoofd te kijken, want daarover gaat deze uitdrukking daadwerkelijk. Het resultaat daarvan is dat elk voorstel om het reglement aan te passen voor het kruislings bitloze hoofdstel bij de dressuur verworpen wordt op basis van het feit dat een paard zonder bit niet “aan het bit” kanzijn. Natuurlijk is dat onzin. De gewenste hoofdpositie wordt correct bereikt zonder enige”hulp” van een bit

(zie onderstaande foto).

Deze verkeerd begrepen gedachtegang bij de FEI en de nationale federaties zit zo verankerd dat ze niet bereid zijn om erover na te denken om een meer humane mogelijkheid toe te staan bij hun huidige reglementsverplichting voor een of meerdere bitten en kinketting.

aan het bit nesvorof

Fig. 1. Alexander Nevzorov en een bitloos jong paard “aan het bit” (foto: Lydia Nevzorov)

Definitie van “aan het bit”

De FEI definieert de uitspraak correct als er sprake is van een bepaalde positie van het paardenhoofd (zie artikel 401.6). In de laatste tien jaar hebben vele dressuurruiters iets opnieuw ontdekt wat al heel goed in de 17de eeuw begrepen werd, namelijk dat de gewenste positie van het hoofd (en ook de rest van het lichaam) niet afhankelijk is en mag zijn van een bit.

Er bestaat een interessante uitleg waarom, bij een juiste definitie, de naam die gegeven is aan de doelstelling zo ongelukkig gekozen is. Dat stamt van een vertaalfout van de oorspronkelijke Franse regels voor de dressuur in het Engels. We zullen hier later nog op ingaan, maar in het kort gaat het om de Franse uitdrukking “dans le main” (in de hand gesteld) die vraagt om een bepaalde fijngevoeligheid in het contact van de rijder aan het eind van de teugels.

Ongelukkigerwijze is in het Engels gekozen voor de uitdrukking “aan het bit”, waardoor de aandacht niet bij het teugelcontact van de rijder, maar bij dat van het paard ligt. Dit heeft tot gevolg gehad dat er op verkeerde gronden een bit verplicht werd gesteld. Zoals een Italiaans gezegde ons waarschuwt: “Traduttore, tradittore” (vertalen is verraden).

Artikel 401.6 uit de 22ste editie van de FEI “Rules for Dressage Events” beschrijft en definieert het zesde doel van de dressuur als volgt:

 “In all the work, even at the halt, the horse must be “on the bit.” A horse is said to be “on thebit” when the neck is more or less raised and arched according to the stage of training andthe extension or collection of the pace,accepting the bridle with a light soft contact and submissiveness throughout. The head should remain in a steady position, as a rule slightly in front of the vertical, with a supple poll as the highestpoint of the neck, and no resistance should be offered to the rider.”

 Deze bovenstaande definitie verwijst naar het accepteren van de optoming en niet van het bit.

Een betere formulering, die minder twijfel had gezaaid, zou zijn geweest: “opwaarts naar het bit” in plaats van “aan het bit”. Het paard zou veeleer het contact moeten zoeken dan tot dat contact gedwongen worden. Maar met een bit is dat valse hoop. Een paard zou aangemoedigd moeten worden om juist opwaarts aan de teugels (bit) te komen, dan dat zijn hoofd erdoor wordt teruggetrokken. Fysiologisch gezien ben ik ervan overtuigd dat wanneer een paard echt verzameld is, het de teugels accepteert (en zich er niet alleen maar aan overgeeft), omdat de teugeldruk minimaal is. Het heeft geen pijn, voelt zich vrij zijn hoofd te plaatsen in de juiste positie bij elke pas (inclusief het halthouden) zodat het in staat is als een atleet in balans te zijn en goed in staat het gewicht van de ruiter te dragen. Met andere woorden: verzameling wordt bereikt door het paard en niet door de ruiter. Verzameling is niet iets dat te voorschijn komt als de uitkomst van de teugeldruk, met of zonder bit. De ruiter moet het paard zo weinig, en liefst helemaal niet, hinderen dat hij/zij zich niet bemoeit met de natuurlijke positie van het hoofd. De ruiter moet het paard op andere manieren helpen. In de eerste plaats moet het trainingsregime het paard in staat stellen om fit en sterk genoeg zijn eigen balans vast te houden wanneer het een ruiter draagt. En tweede moet de ruiter zelf fit genoeg zijn om in balans te blijven. Wanneer een ruiter een paard “dresseert” dient deze het paard voor te bereiden op iets moois, niet op iets pijnlijks.

 Een meer accurate vertaling van de FEI doelstelling zou zijn “aan de hulpen”. Deze uitdrukking in het meervoud is nodig omdat er sprake is van drie hulpen. In volgorde van belangrijkheid is de “zit” de belangrijkste, gevolgd door “benen” en te langen leste “handen”. Als de uitdrukking “aan de hulpen” zou worden aangenomen, dan zou de doelstelling -die bedoeld is om verzameling, Durchlässigkeit (het doorlaten komen van de hulpen) en impuls te verkrijgen – niet over het hoofd gezien worden en zou het doel losgekoppeld worden van de valse connectie met het bit. “Aan de hulpen” is volgens mij de beste term, maar “aanleuning” (acceptatie van de optoming, dus van de lichte teugeldruk) is de tweede keus en werd vroeger in artikel 401.2 gebruikt. Laten we die uitdrukking eens introduceren door terug te grijpen naar het begin van artikel 401.1. De eerste zin, die boven de deur van iedere dressuurstal hoort te staan:

“The object of dressage is the development of the horse into a happy athlete through harmonious education. As a result, it makes the horse calm, supple, loose and flexible, butalso confident, attentive and keen, thus achieving perfect understanding with his rider. These qualities are revealed by….”

 …en nu citeer ik artikel 401.2:

  • The freedom and regularity of the paces.
  • The harmony, lightness and ease of movements.
  • The lightness of the forehand and the engagement of the hindquarters, oriinating from alively impulsion.
  • The acceptance of the bridle, with submissiveness throughout and without any tension or resistance

Interessant is dat de Franse versie van de dressuurreglementen de uitdrukking “La soumission au mors” (het accepteren van het bit) gebruikt. Een dergelijke uitdrukking komt in de geest overeen met art. 401.1, aangezien het accepteren een pijnloos en daardoor minder belangrijke rol voor het bit inhoudt. Tenzij een bit pijnloos is,kan geen paard een “happy athlete” zijn.

Gebrek aan begrip leidt tot niet correcte daden.

Door de ruiters:
Eigenlijk is de verkeerde interpretatie van “aan het bit” een soort van Freudiaanse verspreking. Ruiters komen in de verleiding om via een korte training te denken dat verzameling bereikt kan worden door het paard te dwingen via het trekken aan het bit. Toch erkent iedere echte paardenman dat de correcte positie van het hoofd (“verzameling”) pas tot stand komt na jaren van passende training en dat de basishulpen waarmee de verzameling wordt gevraagd eerder de “zit” en de “benen” zijn, dan de “handen”. Acceptatie van het idee dat verzameling kan worden bereikt met het bit leidt tot valse verzameling. In die situatie zal het paard afgebogen in de nek zijn, maar niet verzameld. En evenmin zal het een happy atleet zijn, vrij van spanning en verzet. Als resultaat van teveel “hand” en onvoldoende “zit” en been” wordt het paard “in elkaar getrokken”. De ruiter gebruikt de handigheid van het bit om pijn te veroorzaken of angst voor pijn om een kunstmatige beeld van verzameling te geven dat niemand zou moeten misleiden, laat staan een jurylid. Het paard zal op de voorhand lopen en,in tegenstelling tot de algehele beginselen van de dressuur, ongelukkig, gespannen, in verzet,nerveus en in conflict met zijn berijder zijn. In zijn extreme vorm resulteert dit in de betreurenswaardige praktijken van het verkeerd toepassen van het laag, diep en rond rijden.

De uitdrukking “aan het bit” wordt 14 keer gebruikt in hoofdstuk 1 van de “dressuurreglementen”. Geen wonder dat in de Engels sprekende dressuurwereld zoveel verkeerd gerichte aandacht wordt besteed aan het bit als methode van communicatie. De vertaler van de originele Franse FEI reglementen in het Engels moet de oorspronkelijke betekenis van de uitdrukking hebben herkend, aangezien hij/zij zich bij iedere gelegenheid verontschuldigde bij de citaten. Waarschijnlijk had de vertaler door dat de uitdrukking “aan het bit” niet de letterlijke en zelfs geen accurate vertaling was van het Franse idioom “dans la main” (in de hand gesteld), hetgeen zuiverder vertaald zou zijn met “aan de hulpen”(Gahwyler & Drummond 2002). Op vier plaatsen, waar de vertaler de meer accurate uitdrukking gebruikte als “acceptatie van de optoming (teugels)” of “de optoming (teugels) accepteren” werd niet verwezen.

Door de commissies:
Een foutieve Engelse vertaling van de uitdrukking “in de hand gesteld” heeft ertoe geleid dat zelfs de commissieleden van de FEI erop stonden dat het bit verplicht is en dat een voorstel tot toestaan van het kruislings bitloze hoofdstel verworpen werd

Deze commissieleden zitten zo vast aan hun eigen, maar niet correcte interpretatie van de uitdrukking “aan het bit”,dat zij niet in staan zijn het idee te accepteren dat een bitloos paard toch “aan het bit” kan zijn in de juiste betekenis van deze uitdrukking. De originele Franse uitdrukking legt correct de nadruk op “in de hand gesteld”.

De Engelse vertaling legt die incorrect op het bit. Deze vergissing heeft tot veel ellende geleid voor vele paarden en tot hartbrekende teleurstelling voor misleide ruiters.

Dit hoofdstel behoort tot de familie van bitloze hoofdstellen, waaronder de hackamore, bosal and sidepull. Het verschilt van andere bitloze optomingen en inderdaad van optomingen met bit dat het pijnloos is. Voor de rest van dit artikel zal door de algemene naam van kruislingshoofdstel hierna verwezen worden.

Boven en achter het bit

Een verdere verheldering van de uitdrukking “aan het bit” valt indirect te lezen in artikel416.2:

“Submission does not mean subordination, but an obedience revealing its presence by aconstant attention, willingness and confidence in the whole behaviour of the horse as well as by harmony, lightness, and ease it is displaying in the execution of the different movements.

The degree of submission is also manifested by the way the horse accepts the bridle, with alight and soft contact and supple poll, or with resistance to or evasion of the rider’s hand,being either “above the bit” or “behind the bit” respectively.”

boven aan het bit

Fig. 2. verzet (“boven het bit”). Mond open, lippen opgetrokken, druk van het bit op tong & lagen en tegen de voorkant van de eerste kiezen in de onderkaak. (foto: Lydia Nevzorov)

Fig. 3. ontwijking (“achter het bit”). Druk op de nek, open mond, tong teruggettrokken, druk van het bit op de lagen, stang & kinketting klemmen als een duimschroef op de onderkaak.  (Foto: Theresa Sandin & ‘Horses For Life’)

Opnieuw een taaltechnische uitdrukking die benadrukt dat het bit gebruikt wordt om twee posities van het hoofd te beschrijven, die beide strijdig zijn met verzameling, namelijk ofwel voor, ofwel achter de vertikaal.

Verzet wordt getoond als een paard zijn hoofd omhoog gooit (“boven het bit”) of als de druk van het bit nodig is om dit te voorkomen, zoals wanneer het paard “in elkaar getrokken” wordt tot de gewenste houding (Fig.2). Ontwijking wordt getoond als de druk van het bit het paard dwingt zijn hoofd te buigen, af te nikken in de nek en zijn kin in de richting van zijn borst te brengen (“achter het bit”).

Dit duiken van het hoofd werd vroeger ook wel “boren” genoemd (Self 1946). Hoewel deze term tegenwoordig nog zelden gebruikt wordt, is het ontwijken op zich vaker dan ooit te zien (Fig.3). Jammer genoeg straffen juryleden deze ruiters niet altijd af, van wie de paarden dit gedrag vertonen. Toch wijzen de FEI reglementen voor dressuurwedstrijden duidelijk aan dat juryleden dat zouden moeten doen, zowel tijdens de proef als tijdens het losrijden.

De logische manier om dergelijk verzet en ontwijking te voorkomen, is de oorzaak weg te nemen. Op die manier kan de doelstelling en de algemene beginselen van de dressuur (art.401) bereikt worden.

Erkenning dient te worden gegeven aan het psychologische feit dat, ongeacht het feit hoe rijp een paard is, hoeveel training hij heeft gehad, hoe fit de ruiter is (allemaal belangrijke factoren), geen enkel paard met pijn een “happy athlete” kan zijn: kalm, verzameld, soepel, los door het lijf en buigzaam. Maar door het bit weg te halen verwijdert men een mogelijke bron van pijn. Door dit te doen, kan de disharmonie van ruiter en paard verdwijnen en zal het paard een gelukkige atleet worden en zullen zelfs middelmatige ruiters eindelijk de harmonie ervaren van “de hemel op een paardenrug”.

Het zal erg moeilijk zijn voor een dressuurruiter om, zonder de vervelende inwerking en pijn van het bit, het paard zo ver te krijgen om “boven” of “achter” het bit te gaan, omdat dit een onnatuurlijke positie van het hoofd is voor de aard van de gangen die in de dressuur gevraagd worden.

Het is relatief eenvoudig zonder een bit en met de noodzakelijke fitheid erin te slagen eenpaard “aan” het bit te laten gaan (Fig. 1), aangezien dit zijn natuurlijke positie is.

Dat is nu precies de plek die een paard zal kiezen zijn hoofd te houden als het perfect fit, in balans en gewend is aan het ruitergewicht op zijn ruggengraat. Met andere woorden: als het paard op de juiste manier is afgericht (“gedresseerd”), verzameld en zichzelf dragend.

FEI reglementen zouden het welzijn moeten omarmen

Het wegnemen van de oorzaak is ook vereist om de doelstellingen te bereiken die vermeld zijn in artikel 416.2.1:

“Putting out the tongue, keeping it above the bit or drawing it up altogether, as well as grinding the teeth and swishing the tail are mostly signs of nervousness, tenseness or resistance on the part of the horse and must be taken into account by the judges in their marks for the movement concerned as well as in the collective mark for “submission”.

De aanwezigheid van een bit in de paardenmond is de meest voorkomende oorzaak van het uitsteken van de tong. Het is de enige reden van een paard om zich te verdedigen tegen het bit door zijn tong eroverheen te plaatsen of door de tong zo terug te trekken dat het puntje achter

het bit ligt. Het bit is ook de meest voorkomende reden dat een paard tanden knarst, zijn staart zwiept of uiting geeft aan nervositeit, spanning of verzet. Bitten maken paarden bang en zijnde meest overtuigende reden om een paard ongelukkig te maken, prikkelbaar, uiterst gespannen, onrustig, schrikachtig en door de bank genomen onhandelbaar. Ik heb meer dan 100 klinische uitingen vastgelegd van negatief gedrag door het bit (Cook 2007d;

gedragsvragenlijst op www.bitlessbridle.com/FOTB-Q.pdf).

 Het wegnemen van het bit herstelt de kalmte en de’constant attentiveness,’ ‘willingness’en het vrij zijn van ‘the paralyzing effects of resistance’ die worden geciteerd bij de algemene beginselen van de dressuur.

Door in het reglement de handhaving te eisen dat een of meerdere bitten verplicht zijn voor dressuur is de FEI verantwoordelijk voor het onnodig en vermijdbaar veroorzaken van pijn.

Door ruiters te bestraffen van wie de paarden negatieve gedragingen tonen die veroorzaakt worden door de vereiste optoming, trapt de FEI de ruiter nog eens negatief na. Om een vergelijking te maken: stel dat elke jonge man door de wet verplicht was zich te scheren meteen ouderwets barbierscheermes, omdat een veiligheidsscheermesje niet is toegestaan, en dannog beboet wordt omdat hij zich dientengevolge heeft gesneden.

Een humaan, veilig en effectief alternatief voor het bit, het kruislingshoofdstel, bestaat nu zo’n tien jaar. Steeds meer kruislingse hoofdstellen komen ieder jaar op de markt, van de oorspronkelijke Bitless Bridle tot diverse imitaties. Al die tijd is dit concept door en door in het veld getest door ruiters en menners in alle leeftijden en met verschillen in ervaring, op paarden van alle rassen en temperamenten, in bijna alle takken van de paardensport en onder een brede variatie van omstandigheden in vele landen over de wereld.

Vanwege het voordeel voor het welzijn van het paard en de veiligheid van de ruiter en menner dat het kruislingshoofdstel biedt, is de FEI niet langer in overeenstemming met haar eigenCode of Conduct (gedragscode), laat staan met de wetten in vele landen over hetdierenwelzijn.

 Wreedheid wordt gedefinieerd als het toebrengen van vermijdbare (of niet noodzakelijke) pijn en lijden. Omdat de pijn door en angst voor het bit nu vermeden kan worden, staan ruiters en menners, die doorgaan het bit te gebruiken, nu bloot aan vervolging wegens dierenmishandeling.

Een interessant punt in de wetgeving komt naar voren of de FEI, of de nationale federaties die het gebruik van een wreed instrument verplicht stellen, kunnen worden aangeklaagd.

Het niet in overeenstemming zijn van de FEI met de FEI Gedragscode

Onderstaande cursief gedrukte citaten zijn letterlijk overgenomen uit de FEI gedragscode. Elkitem wordt vervolgd met een uitleg waarom dit niet in overeenstemming is metdegedragscode.

“…the welfare of the horse is paramount.”

Jammer genoeg heeft de FEI geen bereidheid getoond om te reageren op het duidelijke voordeel in welzijn dat de kruislingshoofdstellen laten zien.

“Good horse management… must not compromise welfare.”

 Het bit veroorzaakt meer dan honderd uitingen van het schipperen met welzijn, voornamelijk veroorzaakt door pijn enangst (Cook 2007).

“Any practices which could cause physical and mental suffering, in or out of competition, will not be tolerated.”

 Het bit is de bewezen voornaamste oorzaak van mentaal en fysiek lijden (Cook & Strasser 2003) en toch berust de FEI daarin, zowel bij als buiten de competitie (Cook 2007).

“Horses must not be subjected to any training methods which are abusive or cause fear…”

.Artikel 143 van de algemene reglementen (22ste uitgave, 2007) definieert misbruik als

 “an action or omission which causes or is likely to cause pain or unnecessary discomfort to aHorse…”

.Het bewijs wat het bit teweeg kan brengen, werd vele jaren geleden algepubliceerd (Cook 1999, Cook & Strasser 2003). Het bewijs dat te maken heeft met deonmenselijkheid van een gedwongen laag, diep en rond rijden via een bit werd meer recent gepubliceerd (Cook 2007), maar de FEI blijft bij de eis van het gebruik van een bit.

“Tack must be designed and fitted to avoid the risk of injury.”

 Een lijst is gepubliceerd van 40 verschillende aandoeningen die door het bit veroorzaakt worden (Cook 2007). Botwoekeringen op de lagen bijvoorbeeld bestaan bij 75% van de onderzochte paardenschedels in musea (Cook 2007).

“Participation in competition must be restricted to fit horses…”

 Het bit is onverenigbaar met de fysiologie van de training (Cook 1999). Een paard met bit is een gehandicapt paard, en dientengevolge per definitie niet fit.

“No horse showing symptoms of disease… or ailment… should compete…”

 Negatieve gedragsuitingen door het bit zijn aan de orde van de dag en elk is een teken van ziekte of  aandoening, meest vergezeld van pijn en angst.

“Any surgical procedures that threaten a competing horse’s welfare or the safety of other horses and/or competitors must not be allowed.”

 Het woord ‘surgery (chirurg)’ is afkomstig van het Griekse woord met de letterlijke betekenis “werken met de handen. Het Engelse woord surgeon betekent dan ook geen chirurg, maar medicus. Het bit, dat zomaar in de mond wordt geplaatst en in die gevoelige holte druk uitoefent, is een werktuig bediend met handen. Maar we kunnen moeilijk stellen dat een bit indoen een medische handeling is, die grotendeels wordt gedaan door ruiters of menners zonder medische kwalificaties. Op z’n best trekt een bit alleen de mondhoeken omhoog en de lippen uit elkaar, op z’n slechts is het vlijmscherp en beschadigt dit het harde en zachte weefsel. Het is ook een instrument dat de ademhaling belemmert en het bewegingsapparaat schaadt. Uiteindelijk is het te vaak een martelwerktuig dat angst en pijn veroorzaakt. Zonder twijfel bedreigt het bit het welzijn van een paard en brengt het de veiligheid van andere paarden en wedstrijddeelnemers in gevaar.

“Abuse of a horse using natural riding aids or artificial aids… will not be tolerated.”

 Zie hierboven… misbruik alom.

“The incidence of injuries sustained in competitions should be monitored.”

 Vele ongelukken worden veroorzaakt door het bit, waarvan sommige fataal zijn voor rijder en paard. Toch wordt dit feit niet erkend door de FEI en niet gecontroleerd. Kortdurende en langdurende letsels aan de mond en gebit van het paard worden wel genoteerd, maar heden ten dage heeft dat niet geresulteerd in enige vorm van actie (Cook 2007).

“The FEI urges all those involved in equestrian sport to attain the highest possible levels of education in their areas of expertise relevant to the care and management of the competition horse.”

Vele ruiters en menners hebben zich in deze materie verdiept, zichzelf geschoold en zien nu in dat het gebruik van een bit fysiologisch averechts en gevaarlijk kan zijn. Toch ondervinden zij geen ondersteuning van de FEI wanneer zij het verzoek indienen om bitloos te mogen rijden.

“This Code of Conduct forthe Welfare of the Horse may be modified from time to time andthe views of all are welcomed. Particular attention will be paid to new research findings and the FEI encourages further funding and support for welfare studies.”

Mijn eigen ervaring met de FEI, toen ik mijn research bevindingen over het bit aan hen voorlegde, is er een van onacceptabel uitstellen van het beantwoorden van brieven en het nemen van enige actie. In tegendeel, tegenwerking was de ervaring. In de beginperiode van het kruislingshoofdstel stond er niets in de FEI reglementen dat de teugels daadwerkelijk moesten zijn bevestigd aan het bit. Dus gaf ik ruiters en menners de raad om een “los bit” te bevestigen aan dit kruislingshoofdstel, zonder aan het bit teugels te bevestigen. Maar al snel werd deze strategie gediskwalificeerd.

Communicatie met de FEI

Mijn eigen ervaring over communiceren met de FEI is er een van teleurstelling. Twee jaar lang heb ik geschreven naar en met het Algemene Secretariaat, maar er kwam geen commentaar op al het bewijs dat ik voorlegde (Cook 2006). De FEI hield iedere boot af en gaf me te kennen dat dit een zaak was van de nationale federaties. Maar de nationale federaties antwoorden desgevraagd dat zij zich richten naar de FEI.

Als de FEI in gebreke blijft het voortouw te nemen, ontstaat een vicieuze cirkel en een administratieve impasse. Iedere organisatie speelt de “zwarte piet” door om zich er maar niet mee bezig te hoeven houden.

Noch de FEI, nog enige nationale federatie heeft ook geprobeerd het wetenschappelijk bewijs te weerleggen, dat het toestaan van het bitloze kruislingshoofdstel voor de dressuur ondersteunt. De enige reden die voor de weigering naar voren werd gebracht, is gebaseerd op traditie. Maar het hangen aan traditie mag een vooruitgang voor het welzijn niet in de weg staan (Cook 2007).

 Mijn briefwisseling met de FEI is openbaar gemaakt in het aprilnummer 2007 van het internettijdschrift van Horses for Life (www.horsesforlife.com), dus geef ik onderstaand alleen een voorbeeld van een antwoord van een van de nationale federaties.

Na aanzienlijke inspanningen die door een ruiter zijn gedaan om een voorstel tot verandering in de regels van de British Horse Society te verkrijgen, werd uiteindelijk het volgende antwoord gegeven door David Holmes, hoofdvertegenwoordiger van de Britse dressuurbond.

Dear Sheila,

I saw the correspondence on this issue and suggested to Ruth [the British Dressage, Sport and Technical Officer] that I respond on her behalf.

The reason that we do not allow bitless bridles is because the FEI do not. We are trying to mirror more and more what the FEI do, as are the other disciplines.

In the area of bitting we have always followed the FEI lead.

I am sorry that I cannot be more expansive in terms of a justification

-but as you see there is no need I feel.

Regards

David

 Dit bovenstaande antwoord van een nationale federatie lijkt het antwoord van alle anderefederaties te typeren. Een tamelijk weinig overtuigend excuus voor hun positie is, opnieuw,een kwestie van betekenis, namelijk dat ze niet hadden beseft dat het ging om het voorstel hettype kruislingshoofdstel toe te staan en niet alle bitloze optomingen. Geen van de nationalefederaties heeft aangeboden om onafhankelijk van de FEI de eerste stap te nemen, zelfs al is het voorstel voornamelijk een specifiek bitloze optie voor een groeiend aantal wedstrijdrijders, die gewoon geen bit willen gebruiken. Zelfs ponyclubs overal ter wereldvolgen het model van de regelgeving van de FEI, ook al zijn ze onafhankelijk van die FEI.

Jaren van vermijdbare pijn voor paarden zou voorkomen kunnen worden en vele ongelukkenmet rijders voorkomen als de FEI leiding zou geven aan deze zeer noodzakelijke hervorming.  Als de FEI de optie van het bitloze kruislingshoofdstel zou toestaan, is het welhaast zeker dat de nationale federaties en de ponyclubs zullen volgen en de stremming zou van de ene op deandere dag opgeheven zijn.

De geschiedenis van “aan het bit”

In het reeds genoemde en waardevolle artikel van dr. Max Gahwyler en Bettina Drummond wordt verklaard dat de uitdrukking “aan het bit” pas van recente datum is. Het stamt uit 1921 toen de FEI werd opgericht en het eerste reglement in het Frans werd samengesteld. De uitdrukking “aan het bit” is een verkeerde interpretatie van de Franse uitdrukking “in de hand gesteld”. Zoals de auteurs opmerken: “Hoe goed je ook zoekt en teruggaat naar de 15de en 16de eeuw, nergens wordt een dergelijke uitdrukking gebruikt als “aan het bit”. Deze onfortuinlijke uitdrukking heeft er alleen maar voor gezorgd dat ruiters, menners enjuryleden zich concentreerden op de voorhand, terwijl het om de achterhand gaat. Het is verfrissend door Gahwyler eraan herinnerd te worden datin de 17de eeuw een meester in de rijkunst als Galliberti al zijn paarden beleerde met een cavesson (Spaanse neusriem) of een hackamore. Hij gebruikte pas een trens (geen stang) als zijn paarden helemaal waren “afgericht”. Het moge duidelijk zijn dat hij zijn paarden geheel vanuit zijn zit en benen reed. Gahwyler en Drummond stellen een betere vertaling voor van het originele Frans voor artikel 410.6, met de suggestie:

“The horse in all its work, even at the halt, remains obediently under the influence of the rider’s aids…”. Zoals ze zeggen:  “This would be much closer to the true meaning and removes the fixation to the hands, the bit and the front of the horse, and leads to a more integrated approach of  all the aids.”

Ze doen de aanbeveling dat de uitdrukking “aan het bit” voor altijd zou moeten verdwijnen en daar ben ik het mee eens. Er zijn zovele alternatieven, die allemaal de vereiste betekening zo veel beter kunnen weergeven… termen als “het laten doorkomen van de hulpen”, “aan de hulpen staan”, “Durchlässigkeit”, “aanleuning”, “lichtheid”, “zichzelf dragen”, ontspanning”, “evenwicht” en “het onderbrengen van de achterhand”.

 Conclusie en Aanbevelingen

De uitdrukking “aan het bit” verdient zijn heilige status niet. Door deze uitdrukking te  verwijderen wordt een pure betekenisbelemmering tot hervorming uit de weg geruimd. De FEI en de nationale federaties staat het dan vrij om in overweging te nemen om een meer humanere optie toe te staan dan een voorwerp dat stamt uit het Bronzen Tijdperk. Maar beter dan te wachten op nieuwe FEI reglementen en het vervangen van deze foutieve uitdrukking, kan de hervorming onmiddellijk plaats vinden zodra de leden van de dressuurcommissies zouden denken in termen “aan de hulpen” als ze de uitdrukking “aan het bit” lezen. Door dat te doen, kunnen ze het krediet krijgen van invoeren van een hervorming, die één van de meest belangrijke bijdragen zal zijn tot het welzijn van het paard. Voorts zullen ze hartelijk bedankt worden door de ruiters en menners die nu de waarachtige harmonie met hun “happy” paard ook in de wedstrijd zullen bereiken. Het aanbrengen van onnodige pijn zal vermeden worden, het aantal ongelukken verminderd, de veiligheid verhoogd en het rijplezier teruggegeven.

Verzekeringsmaatschappijen in Duitsland geven nu 10% korting op hun premie bij ruiters en menners die het bitloze kruislingshoofdstel gebruiken.

aan het bit 2aan het bit 3David de Wispelaere (internationaal Grand Prix ruiter) rijdt de 9jarige PRE hengst Ivan met het kruislingse bitloze hoofdstel;  Deze foto’s zijn genomen tijdens de NVBP-dag op PAARD 2008, 27 januari 2008.

Referenties en verdere leesstof

De meeste van de artikelen van de auteur staan online op www.bitlessbridle.com.

  • Cook, W.R (1999): Pathophysiology of Bit Control in the Horse. Journal Equine Veterinary Science 19: 196-204 Cook, W.R (2002): Bit- induced asphyxia in the horse: Elevation and dorsal displacement of the softpalate at exercise. Journal of Equine Veterinary Science, 22, 7-14,
  • Cook, W.R (2003).: Bit-InducedPain; a cause of fear, flight, fight and facial neuralgia in the horse. Pferdeheilkunde, 19, -8
  • Cook, W.R (2006): ‘Traditional (painbased) bitless bridles. Available online at www.aebm.org.au
  •  Cook, W.R (2007a): Tradition and the Status-Quo or Science and Advance?” Veterinary Times, 29thJanuary 2007, p16-18Cook, W.R (2007b): “Bit-Induced Fear Part 1; From Human Hand to Horse’s Head. Veterinary Times,April 9, 2007, p 18-23.
  • Cook, W.R (2007c): “Bit-Induced Fear Part 2: Bits and Diseases They can Cause.” Veterinary Times. April 30 2007. Vol. 37, No. 15, pp 22, 23, 25
  • Cook, W.R (2007d): “Bit Induced Fear Part 3, Use of the Bit and Bad Behaviour. Veterinary Times. May 28, 2007.
  • Cook, W.R (2007e): “Why is Rollkur Wrong?’ A 51 page monograph published in the February 2007 issue of “Horses For Life. Available online at www.horsesforlife.com
  • Cook, W.R. (2007f): “The FEI and the bitless bridle: Correspondence about a rule change proposal. Available online at www.bitlessbridle.com/FEI%20Proposal.pdf
  • Cook, W.R (2008): “Metal, Myth and Equine Misery.” Animal Welfare Science, Ethics and Law Veterinary Association Journal, In Press, January 2008
  • Cook, W.R. and Strasser, H (2003): “Metal in the Mouth: The Abusive Effects of Bitted Bridles.” Sabine Kells, Qualicum Beach, BC Canada, 2003
  • Cook, W.R, Strasser, H, and De Beukelaer, E.R.J.M. (2007): “Compliance with physiology as thefoundation for animal welfare guidelines: Exemplified by the rehabilitation of the horse’s foot &mouth.” Proceedings of the University Federation of Animal Welfare/British Veterinary Association Ethics Committee International Symposium “Quality of Life: The Heart of the Matter.” Royal Society, London, UK. Abstract published in Animal Welfare 2007 16(S) 166-167
  • Gahwyler M and Drummond B (2002): The Definition of “On the Bit.” Eclectic Horseman magazine #6
  • Self, M.C (1946): The Horseman’s Encyclopedia. A.S.Barnes and Company, New York

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *