Het effect van vocht en vet op hoeven

Een artikel geschreven door Silke Klein Holkenborg van De hoef hulp.
Edit Piet Loof

Droge hoeven… Een (on)oplosbaar probleem, of niet? Ik krijg de laatste tijd veel vragen hierover. Buiten is alles weer eens kurkdroog en grote kans dat je paard of pony minder in aanraking komt met vochtige ondergronden.

Wat voor invloed heeft dat op de hoeven? Kan het kwaad? Moeten maatregelen genomen worden en welke? Moeten we de pot hoef vet uit de kast trekken of moeten we de hoeven afspuiten, of zelfs weken?
Wat voor effect of nut heeft dat? Wat is nu wijsheid, en wat werkt echt?
Ik heb alles eens op een rijtje gezet, en heb zowaar zelf ook weer wat bijgeleerd.
Onderaan staan alle bronnen die ik heb gebruikt.

En heb je vragen, stel ze vooral!

Wat voor invloed heeft het vochtgehalte op hoefhoorn?

De eigenschappen van hoornweefsel worden beïnvloed door de hoeveelheid water in de matrix. Meer water in de matrix zorgt voor zachtere en flexibelere hoorn filamenten die sneller onderhevig zijn aan slijtage. Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat de binnenste hoefwand flexibeler en minder hard is dan de buitenste hoefwand.
Het is daarom van belang dat het vochtgehalte in het hoorn gereguleerd wordt: aan de ene kant moeten hoeven stug en stevig genoeg zijn om het paard te dragen en de voet bescherming te bieden, maar aan de andere kant moeten ze flexibel genoeg zijn om niet te veel trillingen over te brengen naar hoger gelegen structuren in het been van het paard tijdens het lopen. En om wat mee te kunnen geven bij ongelijke ondergrond.

Waaruit bestaat hoefhoorn?

Hoefhoorn is gemaakt van dode cellen (keratinocyten) die gevuld zijn met alpha-keratine. Dit zijn eiwitten die als het ware samenplakken tot lange, stevige filamenten.
Tussen deze filamenten bevindt zich de matrix: water en nog meer ‘losse’ eiwitten. Verder vind je nog een klein gedeelte (2 massaprocent) aan vetachtige stoffen in de celmembranen en tussen de cellen: met name in de periopel, een structuur die vergelijkbaar is met onze nagelriem. De eiwitten maken minstens 90% uit van het droge stofgehalte.



De buitenste, gepigmenteerde laag van de hoefwand bevat relatief veel hoornfilamenten en weinig matrix. De binnenste, ongepigmenteerde laag van de hoefwand bevat relatief weinig filamenten en veel matrix. De binnenste hoefwand bevat dus meer vocht dan de buitenste hoefwand.

Hoe kan het vochtgehalte in hoefhoorn veranderen?

Vocht wordt vanuit meer naar binnen gelegen, doorbloede structuren (het corium) aangevoerd naar het hoorn. Ook kan er in bepaalde mate watertransport plaatsvinden uit het hoorn naar buiten toe (verdampen) of juist het hoorn in (opname). MAAR dit watertransport vindt NIET gemakkelijk plaats!
Dat komt door zogenaamde disulfide verbindingen tussen de keratine eiwitten die waterverplaatsing bemoeilijken. Dit voorkomt dat hoeven in natte condities te veel vocht opnemen zodat ze stug en hard genoeg kunnen blijven om te kunnen blijven functioneren. Aan de andere kant betekent dat ook dat in droge condities de hoef niet snel vocht zal verliezen en te hard en star zal worden. De hoeveelheid disulfide verbindingen tussen de keratine moleculen varieert per weefsel: de buitenste hoefwand bevat er meer dan de binnenste hoefwand en zool en is het minst water doorlaatbaar.

Uit onderzoek blijkt dat het vochtgehalte van de hoefwand nagenoeg hetzelfde blijft, ongeacht hoe nat of droog de omgeving is waarin het paard leeft. Ook blijkt dat als je hoeven in water zet, het vochtgehalte van de hoefwand niet significant stijgt en van de zool pas na 2 uur significant stijgt.

Het vochtgehalte in het hoorn is dus behoorlijk stabiel! Als externe omstandigheden niets uitmaken voor het vochtgehalte in de hoefwand, dan wordt dit dus door interne omstandigheden (doorbloeding) gereguleerd! Het vochtgehalte in de zool blijkt wel extern te beïnvloeden. Bij aanhoudende droogte zal deze dus ook droger kunnen worden.

Waarom zijn hoeven harder tijdens het bekappen ’s zomers?

Wellicht vraag je jezelf nu nog het volgende af: hoe kan het dat in de zomer het zo veel meer moeite lijkt te kosten om door het hoorn heen te komen dan in de winter, tijdens het bekappen? De zool blijkt, zoals eerder genoemd, droger en dus ook harder te kunnen worden. Dat zul je ongetwijfeld merken tijdens het bekappen.

De hoefwand (en dus ook de steunsels, want die bestaan ook uit wandmateriaal!) bleek niet significant te verschillen qua vochtgehalte ongeacht hoeveelheid omgevingsvocht. Maar een belangrijke kanttekening hierbij is dat bij dit onderzoek steeds het gemiddelde vochtgehalte is gemeten van de gehele dikte van de hoefwand, dus buitenste én binnenste hoefwand samen.

Het kan dus alsnog zo zijn dat de buitenste paar cel lagen van de wand droger, en dus harder worden bij droge omstandigheden (dit zal relatief weinig invloed hebben op het gemiddelde!). Begin je met vijlen aan de wand dan ervaart deze in eerste instantie wellicht als erg hard.
Heb je eenmaal een dun laagje afgenomen dan kom je weer hoornweefsel tegen met normale hydratatie en zal het vijlen weer makkelijker gaan.

Hoefvet of -olie

Het aanbrengen van vet of olie op hoeven is een traditioneel en gangbaar gebruik. Beweerd wordt dat dit uitdroging helpt voorkomen en de kwaliteit van de hoefwand verbetert zodat deze niet brokkelt of scheurt. Maar let op… deze effecten zijn NIET bewezen en er is überhaupt zeer weinig onafhankelijk onderzoek verricht naar de effecten van deze allerhande hoefsmeersels op hoeven, en naar de rol van vetachtige stoffen in hoefhoorn!

Laten we dan zelf eens redeneren op basis van wat we wél weten. In bovenstaande tekst hadden we al geleerd dat het vochtgehalte van de hoefwand zeer stabiel is en nauwelijks extern te beïnvloeden. Dat maakt het extra smeren van vet dus overbodig, aannemende dat het inderdaad vochtverlies zou helpen voorkomen.

Verder zal iets wat de hoefwand afsluit voor water ook zorgen voor een luchtdichte barrière. Zodoende creëer je een zuurstofarme omgeving waarin schimmels en bacteriën kunnen groeien en het hoornmateriaal kunnen aantasten. Een laag olie of vet op de hoefwand trekt ook nog eens viezigheid aan dat er in blijft plakken. Dit op zich zou al reden kunnen zijn het gebruik ervan te mijden. Heb je te maken met hoeven die al last hebben van geïnfecteerde wanden, kan je de situatie zelfs verergeren met het aanbrengen van een afsluitende laag vet.

Waarom brokkelt of splijt de hoefwand dan wel eens?

Spleetjes of scheurtjes in de hoefwand kunnen veel oorzaken hebben, maar droogte is er daar géén van. Soms is er een mechanisch probleem: als sommige delen van de hoefwand te veel druk te verduren krijgen door een ongebalanceerde voet of een verkeerde bekapping.

Verder kan de oorzaak van een splijtende hoefwand vaak in het dieet gevonden worden: bijvoorbeeld een gebrek aan specifieke mineralen, vitamines of aminozuren die direct of indirect betrokken zijn bij de aanmaak van hoornmateriaal, of een teveel aan snelle koolhydraten (suikers en zetmeel).

In de meeste gevallen komt er daarna een secundaire oorzaak bij: een infectie door schimmels en bacteriën die in de spleetjes gaan huizen. Deze tasten het hoorn aan en maken het probleem erger. Deze infectie wordt vaak onterecht als primaire oorzaak gezien.

Grasbarstjes

Grasbarstjes ?

Dan is er nog een specifiek ‘type’ spleet die mogelijk wél wat te maken heeft met omgevingsvocht, al is hier (nog) geen wetenschappelijke onderbouwing voor. Dat zijn zogenaamde ‘grasbarstjes’ (grass cracks): oppervlakkige barstjes in de hoefwand die zouden ontstaan wanneer hoeven in relatief korte tijd vaak nat worden en daarna weer opdrogen.

Het buitenste laagje van de wand zou hierdoor verzwakken en er ontstaan oppervlakkige barstjes. Een situatie als deze kan dan voorkomen wanneer een paard bijvoorbeeld vaak gewassen wordt, of ’s ochtends steeds op een vochtige weide gezet wordt en daarna in een droge stal (vandaar de term ‘grass crack’). Een probleem in de voeding van het paard zou de gevoeligheid voor deze barstjes kunnen verhogen.
De valkuil hierbij is dan dat de hoef van buiten een uitgedroogde indruk geeft, terwijl deze juist te veel is blootgesteld aan vocht. Maar het verband tussen het optreden van deze barstjes en blootstelling van de hoef aan water is slechts vermoedelijk en niet onomstotelijk aangetoond.

Conclusies

Wat kunnen we dus concluderen? Ten eerste hoef je je geen zorgen te maken dat de hoefwand van je paard te droog is, omdat het vochtgehalte goed intern gereguleerd wordt. Vergelijk het maar met een grote boom die met de wortels tot in het grondwaterpeil staat. Je kan water geven wat je wil, en je kan vinden dat de stam er wat droog uitziet, maar in feite haalt de boom alle vocht die het nodig heeft uit de grond (doorbloeding bij de hoef). Zelf de hoefwand natmaken heeft dus geen nut!

De zool bleek wel makkelijker vocht op te kunnen nemen, en dat betekent dus ook dat hij vocht kan verliezen. Maar dit moet doorgaans geen problemen geven. In principe is het zo dat een drogere zool ook een hardere zool betekent, wat voor betere mechanische weerstand zorgt. De zool is dan minder onderhevig aan slijtage en je paard zal beter op hard oneffen terrein kunnen lopen (bijvoorbeeld steentjes en grind) zonder daar last van te hebben.

Een enkele keer kan het wel eens voorkomen dat een paard juist slechter gaat lopen met droge zolen, dat kan bijvoorbeeld als het erg dunne zolen heeft of als de hoeven een overmaat aan zoolmateriaal gaan stapelen. Blijf dus gewoon naar je paard kijken. Wil je de zool toch vochtiger maken dan bereik je dit enkel door deze LANGDURIG (minstens 2 uur) in contact te laten komen met water (even afspuiten heeft géén zin!).

Daarnaast zijn brokkelende of splijtende hoeven géén gevolg van uitdroging, maar moeten de oorzaken worden gezocht in de bekapping en leefstijl van het paard (voeding, beweging).

Verder kan de hoefwand ’s zomers tijdens het bekappen in eerste instantie een harde/uitgedroogde indruk geven, maar dit betreft enkel de buitenste cel lagen zodat het gemiddelde vochtgehalte alsnog constant blijft. De zool kan het de bekapper vooral moeilijker maken wanneer deze droger en harder wordt. Ten slotte ziet het ernaar uit dat het aanbrengen van vet of olie op de hoef naast esthetisch effect geen toegevoegde waarde heeft voor het behoud van vocht in de hoef, en de werking ervan is niet aangetoond.
Verder onderzoek hiernaar is nodig. En raad eens? Ik ga er zelf alvast een experimentje mee doen.

TO BE CONTINUED!😎

Je kunt reageren op dit artikel via DOP op facebook

BRONNEN
*- Greenberg, D.A., Fudge, D.S. (2013). Regulation of hard a-keratin mechanics via control of intermediate filament hydration: matrix squeeze revisited. Proc R Soc B 280: 20122158.
*- Ramsey, G.D., Hunter, P.J., Nash, M.P. (2011). The influence of tissue hydration on equine hoof capsule deformation and energy storage assessed using finite element methods. Biosystems engineering, III (175-185)
* – Kellon, E.M. (2008). FEEDING THE HOOF. www.drkellon.com
* – King, M. (2002). Hoof Dressings: What Studies Show. www.TheHorse.com/3840
* – West, C. (2007). Building Better Hooves. www.TheHorse.com/8819
* – Reilly, J.D., Hopegood, L., Gould, L., Devismes, L. (1998). Effect of a supplementary dietary evening primrose oil mixture on hoof growth, hoof growth rate and hoof lipid fractions in horses: a controlled and blinded trial. Equine Veterinary Journal, I, Suppl. 26 (58-65)
*- Hampson, B.A., de Laat, M.A., Mills, P.C., Pollitt, C.C. (2012). Effect of environmental conditions on degree of hoof wall hydration in horses. American Journal of Veterinary Research. Vol. 73, No. 3 (435-438)
*- Wagner, I.P., Hood, D.M. (2002). Effect of prolonged water immersion on equine hoof epidermis in vitro. American Journal of Veterinary Research. Vol. 63, No. 8 (1140-1144).
* – Kasapi, M.A., Gosline, J.M. (1998). Exploring the possible functions of equine hoof wall tubules. Equine Veterinary Journal, Suppl. 26 (10-14).
*- Kauffmann, S., Cline, Christina (2017). The Essential Hoof Book : the complete modern guide to horse feet – anatomy, care and health, disease diagnosis and treatment.